Achtergrond
Achtergrond
Het ontstaan van Gestalttherapie
Gestalttherapie is in de veertiger jaren van de twintigste eeuw ontwikkeld door de arts en psychoanalyticus Friedrich Salomon Perls en zijn vrouw, de psychologe Laura Perls-Posner. Geïnspireerd door nieuwe inzichten uit de neurofysiologie, de gestaltpsychologie, het holisme dat ingebracht wordt door de filosoof en staatsman Jan Smuts en nog vele andere bronnen ontwikkelde Perls een baanbrekend nieuw inzicht in het functioneren van het menselijk organisme. Op grond daarvan ontwikkelde hij gestalttherapie, een psychotherapeutische werkwijze die relatief kort en doeltreffend is.
Heel de mens
Gestalttherapie werkt vanuit een holistische benadering. Lichamelijke, sociale en culture aspecten en vele andere werken in ieder mens op alle vlakken door. Vandaar dat gestalttherapie ervaringsgericht is. Gestalttherapie gaat uit van de hele mens en de wisselwerking met zijn omgeving.
De gestalttherapeut behandelt niet, maar spreekt de cliënt aan, zodat deze zelf – in wisselwerking met de therapeut - zijn/haar problemen aanpakt. En bewustzijn hierop ontwikkelt. Gestalttherapie is een leerproces tot een zelfstandiger persoonlijkheid, men wordt losser, vrijer en zich meer bewust van innerlijke en uiterlijke contactprocessen. Gestalttherapie biedt een effectieve en concrete ingang tot bewustzijnsontwikkeling en persoonlijke groei.
Uitgangspunten van gestalttherapie zijn:
- Besef van de actuele situatie, hier en nu, is belangrijk. Alleen in het heden kan ervaren worden en in dit hier en nu spelen verleden en toekomst een rol.
- We kunnen onszelf alleen dan werkelijk leren kennen als we ons in relatie zien tot alles om ons heen, waarmee we onlosmakelijk verbonden zijn.
- Onverwerkte gebeurtenissen en omstandigheden, blijven steeds aandacht vragen en een rol spelen in het heden.
- Contact maken met jezelf en je omgeving wordt opgevat als een actief proces dat uit verschillende fasen bestaat. Dit proces leidt tot bewustzijnsontwikkeling en groei van je persoonlijkheid.
- Figuur en achtergrondvorming, waarbij de persoonlijke behoefte op de voorgrond komt en al het overige steeds meer naar de achtergrond gaat. B.v. Iemand voelt zijn maag en is zich bewust dat hij honger heeft. Hij krijgt zin in een boterham. Dit komt op de voorgrond en wordt figuur genoemd, maar hij is bezig met andere dingen en het hongergevoel verdwijnt weer. Dit kan hij volhouden totdat het gevoel van honger steeds meer op de voorgrond komt, de figuur wordt steeds helderder. Al het andere waar hij mee bezig was, wordt minder belangrijk en raakt in de achtergrond. Hij gaat een boterham eten. De gestalt is voltooid en de behoefte is bevredigd. Er zal weer ruimte komen voor een nieuwe figuur en achtergrondvorming. Dit voorbeeld beschrijft een fysieke behoefte, het gaat net zo met andere behoeften zoals sociale-, psychische- en spirituele behoeften.